“You wouldn’t give your money away“

20/10/16

Op 13 oktober gingen jongeren in de leeftijd van 12 tot 28 jaar in gesprek over onderwerpen als privacy op social media, backdoors en cyberwar. Chris van’t Hof, moderator van het debat, leidde het debat in door de nadruk te leggen op het belang van deze dag. “Met dit debat helpen wij organisator NL IGF met de voorbereiding op het grote Internet Governance Forum in Mexico. Het is belangrijk om de stem van ‘digital natives’ te horen”, aldus Chris. Thijl Klerkx en Auke Pals zijn de vertegenwoordigers van de Nederlandse jeugd en doen via NL IGF mee aan een Europees Erasmus+ project. Zij hebben het mondiale IGF nu een paar keer bezocht en delen hun ervaringen. ‘De eerste keer was het een belevenis en was ik onder de indruk van het event, zoveel nieuwe mensen en een vol programma. Dit moest eerst tot mij doordringen. Dit jaar verwacht ik dat het eenvoudiger is om mijn stem te laten horen en hoop veel nieuwe mensen te leren kennen’ aldus Thijl. Vanuit zijn ervaringen opgedaan tijdens het IGF 2015 in Brazilië vult Auke aan dat je niet bang moet zijn om op te staan en te zeggen wat je denkt, het wordt juist geaccepteerd. “Stemmen zijn er om te helpen, om argumenten te vormen”, merkt Auke op.

‘You wouldn’t give your money away’
Je geeft toch ook niet zomaar je geld weg, zo luidde de eerste stelling van dit debat. Facebook en andere kanalen als Tinder en Google zijn niet gratis, uiteindelijk betaalt elke gebruiker met zijn data. De verzamelde data wordt vervolgens gebruikt voor onder meer ‘profiling’. Ook wordt op basis van je gedrag door Facebook bepaald welke informatie ‘jij’ als gebruiker te zien krijgt. Het verzamelen van zogenaamde ‘Big Data’ gebeurt niet enkel door de grote bedrijven, ook veel kleine partijen verzamelen gegevens van gebruikers. Is het gerechtvaardigd dat al die bedrijven gegevens over ‘ons’ verzamelen? Dat zij hiermee onze meningen beïnvloeden? Wat weten zij überhaupt allemaal en wat wordt er allemaal met onze data gedaan?

Door het verzamelen van data verdient Facebook ongeveer 200 Euro per user. Zouden wij als gebruiker geen geld aan Facebook moeten vragen, omdat zij zoveel aan ons verdienen zonder iets daarvoor te moeten doen? De meningen hierover waren verspreid. Het merendeel was het er niet mee eens om geld aan Facebook te kunnen vragen. “Gebruikers hebben zelf de keuze of zij gebruik willen maken van een ‘gratis’ dienst dat aangeboden wordt door Facebook. Voor mij is dit oké als zij ter compensatie van de dienst gebruikmaken van mijn data” verklaart deelnemer Wilma. Ook werd het standpunt naar voren gebracht dat Facebook zelf ook opslagruimte, etc. moet betalen en dat de opgeleverde baten in verhouding staan tot de kosten. Andere jongeren vonden juist dat Facebook meer transparant moet zijn in de omgang met onze data en de toegepaste algoritme moet laten zien. Ter illustratie vertelde Sonia Herring, vertegenwoordiger van de Turkse jeugd, dat Facebook in Amerika met Facebookgebruikers experimenten heeft uitgevoerd, zonder hen hierover te informeren of goedkeuring te vragen. Afsluitend waren alle deelnemers er min of meer mee eens: Meer transparantie over hoe met onze data wordt omgegaan, waarvoor deze worden gebruikt en hierop enigszins invloed te kunnen hebben is wenselijk, maar het volledig openbaar maken van alle algoritmes is niet haalbaar en verstoort het businessmodel.

‘Privacy is outdated’
“Privacy bestaat tegenwoordig niet meer. Wij moeten hiervan afzien, want we kunnen bedrijven niet stoppen met het verzamelen van onze gegevens”, zo opende moderator Chris van ’t Hof het volgende debat. Hoe zou een wereld zonder privacy eruitzien? Een deel van de groep vindt het bestaan van privacy essentieel en vindt het belangrijk om hun identiteit zelf te kunnen managen. “Ook als je probeert niet online te zijn zou iemand anders dat voor je doen”, stellen de andere jongeren. Het is de vraag of wat wij willen ook wel praktisch uitvoerbaar is. Uiteindelijk luidt de conclusie van dit debat: “Privacy isn’t outdated, but needs a little update that we can make our own choices.”

Why won’t tech companies create backdoors for devices and software if it will help catch bad guys?’
Het volgende debat ging over zogenaamde ‘backdoors’ voor de overheid, een bewust ingevoerde functie in programmatuur om een beveiligingsmechanismes van bedrijven te omzeilen. Normaliter hebben bedrijven de beveiliging en de ‘sleutel’ hiervoor zelf in handen. Het invoeren van ‘backdoors’ zou de overheid de mogelijkheid bieden om deze sleutels via een ‘achterdeur’ te omzeilen, waardoor zij toegang verkrijgen tot het netwerk van een bedrijf. Want zou het niet handig zijn als de overheid backdoors kan gebruiken om criminelen op te sporen? Maar waar ligt de grens van de bevoegdheden van de overheid? De meningen onder de jongeren liepen zeer uiteen. “Je zou toch ook niet je huissleutel onder je doormat leggen”, argumenteerde een deelnemer. Anderen vinden het helemaal niet erg en zeggen “zolang je niets verkeerds doet heb je ook niets te verbergen en is er ook niets aan de hand”. Uiteindelijk bleken de meeste deelnemers toch meer te voelen voor de inzet van backdoors en het zelfs een veilig idee te vinden.

Cyberwar, do we want to create backdoors in other counties too?’
Afgesloten werd met een discussie over ‘cyberwar’. Moet Nederland tijdens een cyberwar meedoen en ook backdoors creëren in andere landen? Nederland heeft het grootste internetknooppunt waardoor wij een sterke positie hebben en zelfs zouden kunnen winnen. Echter werd snel duidelijk dat er geen mogelijkheid bestaat om de controle te houden over dergelijke aanvallen. En het besef dat het hierbij gaat om mensen is onder de deelnemers groot. “Ter beeldvorming kan een aanval worden vergeleken met een chemisch wapen in de reële wereld”, illustreerde Chris. De jongeren kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat zelfs bij cyberwar, waar iedereen elkaar aanvalt, Nederland zich niet schuil kan houden en wij wel moeten meedoen.