Terugblik NL IGF Event 2018

22/10/18

Op 11 oktober 2018 vond het NL IGF Event plaats in Den Haag. Tijdens deze bijeenkomst kwamen bedrijfsleven, parlementariërs, wetenschappers, maatschappelijke organisaties, ambtenaren en journalisten bijeen om te praten over de toekomst van het Internet. Hoe houden we het Internet open, vrij en veilig?

The New Internet Governance Complexity: How to prepare for a safe, free and unfragmented Cyberspace in the 2020s?

De openingskeynote werd verzorgd door Wolfgang Kleinwächter, voormalig hoogleraar aan de Universiteit van Aarhus en lid van de Global Commission on the Stability of Cyberspace.
Kleinwächter vertelde dat sinds de VN-Top over de Informatiemaatschappij (WSIS) in 2005 de Internetwereld veranderd is. Twintig jaar geleden was Internet governance een technisch probleem met een politieke dimensie. Vandaag is het een politiek probleem met een aantal technische componenten. Twintig jaar geleden hadden we ongeveer 20 kwesties met niet meer dan 10 internationale spelers zoals ICANN, IETF, ITU of ISOC. Vandaag hebben we meer dan 200 issues, waaronder cybersecurity, IoT, AI en digitale handel, en intergouvernementele organisaties zoals G7, G20. BRICS, NAVO, OVSE, WTO, ILO en andere belangrijke spelers op dit gebied. Dit heeft de machtsbalans in het Internet governance ecosysteem en het begrip van de multistakeholderbenadering waar statelijke- en niet-statelijke actoren hand in hand samenwerken, veranderd.
Kleinwächter stelde vervolgens de vraag aan de orde hoe we een proces moeten inrichten dat het internet veilig, vrij en ongefundeerd houdt voor de 20-er jaren van deze eeuw. Hij zag een aantal aspecten die daaraan kunnen bijdragen. Internet governance moet gebaseerd zijn op mensenrechten, aldus Kleinwächter. Ook vindt hij dat er nog meer moet worden georganiseerd op basis van community input en ICANN is daar een goed voorbeeld van. “Cyberspace should be a rules based place”, hiermee benadrukte Kleinwächter dat de technische gemeenschap en de politieke beleidsmakers elkaar meer moeten opzoeken. Immers het nuttige werk van standaardisatie-organisaties als IETF heeft impact op het overheidsbeleid en andersom. Tot slot stelde Kleinwächter dat men het idee van een ‘bindend document’ zou moeten loslaten als het gaat om regulering van het internet. Het zou meer moeten gaan om een commitment met betrekking tot het proces. Daarbij is een stap voor stap benadering te verkiezen boven een “big bang”.

Regulering van en in cyberspace

Vervolgens was het woord aan Bibi van den Berg, Hoogleraar Cybersecurity Governance aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Institute of Security and Global Affairs.
Van den Berg ging in op de vraag: Wat is veiligheid van/in Internet? En moet de overheid hier wat mee? Volgens Van den Berg is cybersecurity een zaak van nationale veiligheid, de fysieke wereld kan immers geraakt worden via cyberspace. Als voorbeeld geeft zij een dam die kan worden opengezet middels een hack op het computersysteem. Op het gebied van cybersecurity heeft de overheid dus wel een verantwoordelijkheid, zo stelt Van den Berg. Zij onderscheidt drie soorten misdrijven:
1. Misdrijven via de computer: dit brengt veiligheidsrisico’s mee via cyberspace zoals phishing.
2. Misdrijven tegen de computer: dit brengt veiligheidsrisico’s met zich mee voor cyberspace zoals hacking (data, DDoS).
3. Content-gerelateerde misdrijven: dit brengt content-gerelateerde veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals pesten, misbruik. Activiteiten die personen echt willen raken. Hier speelt ook desinformatie, het opzettelijk verkeerd informeren van personen.

Op het gebied van content gerelateerde misdrijven gebeurt volgens Van Den Berg nog te weinig. Alle inspanning wordt volgens haar nu gestoken in het beschermen van data en systemen. Men zou een nieuw mechanisme moeten ontwikkelen. Dit is sinds 2016 al een probleem. Van den Berg pleit er dan ook voor met zijn allen om tafel te gaan. Blocklists zijn niet de oplossing. Hier moeten we voor de komende 20 jaar aan werken.

Workshops

Na de plenaire opening was het tijd voor vijf workshops over de volgende onderwerpen:

– EuroDIG komt naar Nederland in 2019, hoe moet Nederland zich presenteren?
– IETF standaarden, implementatie, deployment: Waar is de governance?
– Publiek private samenwerking bij het bestrijden van Kinderporno: wat kunnen we doen?
– Hoe zorgen we SAMEN voor een sterk en op toekomst voorbereid internet?
– Roadmap veilige hard- en software

Plenair Paneldebat: How do we prepare for 2020?

Moderatie: Lousewies van der Laan, Lid board of Directors ICANN
Panelleden:
– Marietje Schaake, Europarlementariër D66
– Carmen Gonsalves, hoofd Internationaal Cyberbeleid bij ministerie van Buitenlandse Zaken
– Hans de Zwart, directeur van de digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom
– Jochem de Groot, directeur Corporate Affairs voor Microsoft Nederland
– Bastiaan Goslings, bestuur en beleidsadviseur bij AMS-IX
– Geert Moelker, Lid Managementteam Directie Digitale Economie i.o. bij ministerie van EZK
– Edo Haveman, Hoofd Publiek Beleid Nederland bij Facebook
– Niels ten Oever, Infrastructuur onderzoeker en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam

Tijdens het debat onder leiding van Lousewies van de Laan, stond de betekenis van de multistakeholder benadering en de rol van de overheid centraal. Vragen die aan bod kwamen: Moet er een nieuw kader komen waar overheden een actievere rol spelen dan voorheen? Bij wie ligt welke verantwoordelijkheid? Moet er een proces worden vormgegeven om het internet open, vrij en veilig te houden in de jaren 20 van deze eeuw? Zo ja, hoe moet dit dan worden gedaan.

De panelleden waren het met elkaar eens: de multistakeholder benadering moet in de toekomst versterkt worden om een open, vrij internet te behouden. Daarnaast is het van belang om niet te snel naar wetten te grijpen. De overheid moet aan de ene kant meer verantwoordelijkheid nemen bij het voorkomen van aanvallen en een actievere rol innemen bij opstellen van kaders. Tegelijkertijd wordt van alle stakeholders verwacht dat zij ook meer verantwoordelijkheden nemen om de weerbaarheid van de samenleving te vergroten en problemen als desinformatie te verkleinen. Kortom: een goede balans tussen alle stakeholders met duidelijke normen en de naleving hiervan is noodzakelijk. Daarnaast werd ervoor gepleit om naar de afhankelijkheden van het internet te kijken. Wat als het internet uitvalt? Hierop moet Nederland voorbereid zijn.

In het tweede gedeelte van het debat werd vooruit gekeken naar 2020 : Welke thema’s dienen er op het IGF 2020 op de agenda te staan en welke ambities zijn er? Lousewies vertaalde deze vraag naar “Wanneer vier jij een feestje?”. Voor elk panellid is er een andere reden om een feestje te vieren. De panelleden vieren een feestje als…
– het IGF over 3 jaar nog steeds dát platform is, dan is dat reden genoeg voor een feestje.
– bedrijven aansluiten bij de IETF of de ontwikkeling van een Human Rights Impact Assessment voor bedrijven in het leven wordt geroepen.
– er meer gestuurd wordt op waarden en resultaten, zonder dat de overheid gelijk naar wetgeving grijpt.
– er niet alleen gekeken wordt naar data, maar ook naar de architectuur van het Internet. Dit bepaalt de voorwaarden waar we naar toe willen in 2020.
– er in de slotdeclaratie van het IGF in 2020 een fundamentele beslissing wordt genomen: blijven we “pleisters plakken” op zwakke plekken van het internet of besluiten we om het Internet opnieuw op te bouwen.
– er tussen stakeholders afspraken gemaakt worden over hoe en welk stukje van het internet we gaan reguleren.
– er heldere doelstellingen worden opgesteld met prioriteiten en tijdslijnen. Hierop moet vervolgens worden toegezien. Want, zo zegt ze, succes kan pas echt gemeten worden als er heldere doelstellingen zijn.
– het in 2020 mogelijk is thuis uit meerdere internetaanbieders te kiezen.
– er een coalitie van partijen is die effectief lobbyen voor een open vrij en veilig internet.
– er een concreet commitment is om te investeren in de publieke infrastructuur.
– er een manier wordt gevonden om als nog in een multistakeholder setting te vergaderen zonder de community vanuit de hele wereld te hoeven laten invliegen.